De stadsdichter en de Beekbusters

22 06 2008
De Beekbusters voeren door de Berflo Beek, stadsdichter Fred van de Ven droeg gedichten voor vanaf een bruggetje.
Waar? IN Hengelo cultuurluk.




Fred van de Ven eerste Hengelose stadsdichter

22 06 2008

Wat de jury betreft mag hij ‘de Hengeler Weend uit iedere hoek laten waaien’. Aan Hengeloër Fred van de Ven de uitdaging; hij werd vrijdagavond 16 mei in een bomvolle bibliotheek uitverkoren tot stadsdichter voor de komende twee jaar. Het was een narrow escape, zei wethouder Gerard ter Ellen. De drie kandidaten, naast Van de Ven, Hans van Olphen en Hettie Franken, ontliepen elkaar nauwelijks. Wat de doorslag gaf, was zijn ‘geruststellend scherp inzicht in het fysiek en mentaal functioneren van de stad’.
De stadsdichter stortte zich vrijdagavond al op het dorp („ Hengelo is een dorp met stadse fratsen”) en dichtte over het badhuis, de boomhut van Fred Bellers („waar niemand last van heeft”) en de rotzooi naast de blokcontainers in Klein Driene („waar iedereen last van heeft”). De jury hoopt dat Van de Ven van het stadsdichterschap een niet meer weg te denken instituut maakt.  Uit: Twentsche Courant Tubantia, 17 mei 2008.

 

Fred van de Ven(1949), is een geboren Hengeloër en kent alle uithoeken van de stad. Hij is een theaterman, als dichter is hij autodidact. Hij voelt zich verwant aan zijn grote voorbeelden Willem Wilmink en Francois Villon. Hij schrijft dan ook het liefst gedichten die ook gezongen kunnen worden. In het Nederlands en in het Twents. Dat doet hij graag zelf met zijn gitaar, alleen of in groepsverband, zoals in Triooo en Quasimodo. Bekend zijn zijn cd-opnames zoals `Zo dan!`(1998), `Verboden voor kinderen`(1999) en `Op nen dag` (2006).

 

Hengelo (O), een stad om te bezingen!

Hengelo, o hoe zal ik jou bezingen
Hengelo, jij kleine stad, net zo groot in zoveel dingen!
Niet zo klein als Delden, niet zo groot als Enschede.

Hengelo,o Hengelo, o jij hebt zoveel mee.

 

Hengelo, o Hengelo hoe zal ik jou loven?
Al mis ik ook je wapen met zijn bijen, beek en schoven,
In de vaart der volk´rn stuw jij Twente naar de top.
Hengelo, jij Hengelo, verdient een schouderklop. 

 

Hengelo, o hoe zal ik jou eens roemen?
Door je wat jij bent; Knooppunt Hengelo te noemen!
In dienst van heel de regio zet jij steeds weer de toon.
Hengelo, o Hengelo en toch nog zo gewoon.

 

Hengelo, o Hengelo hoe zal ik jou lof toe zwaaien?
Jij laat je jasje niet met elke wind meewaaien.
Nee, jij creëert je eigen wind en dat vind ik zo tof!
Hengelo, oewn Henglerweend waait altied van oe of!